(On)vergeeflijk

Zichtbaarheid. Dat is het woord dat ik eerder dit jaar op LinkedIn deelde als mijn ‘ondernemerswoord’ voor 2018. En dus toon ik mezelf. Een stuk van mijn pad van lijderschap naar leiderschap. Wat volgt is geen pleidooi voor vergeving dan wel dat je zelf invloed hebt op hoe je door het leven gaat. Het gaat mij niet om het delen van deze gebeurtenissen als wel hoe ik door zelfreflectie, inzichten en het doorbreken van patronen een ander leven ging leiden. Dat je invloed hebt op je geluk en op je leven, daar gaat het mij om.

28 september 2017 reageerde ik in de besloten Facebook groep van de Wonderwijven op een artikel dat in de media verschenen was rond het boek van Greet op de Beeck. Ik was het met haar eens: laten we stoppen met zwijgen, zwijgen over misbruik.
Hoe groot of hoe klein het grensoverschrijdend gedrag ook is : het laat sporen na.
Een hele namiddag lang had ik zitten tobben of ik wel zou vertellen wat op mijn lippen lag.  Ik nam mijn moed bijeen, schreef en drukte op de knop… Het was een paar dagen later dat ik werd gevraagd of ik dit verhaal wou delen in het groeiboek dat ze aan het schrijven waren. Opnieuw twijfel en veel emotie.   Al jaren spoorden mijn vrienden mij aan om te delen en te ondernemen vanuit mijn expertise, ook de reden waarom ik met  ZEST gestart was : hen deelgenoot maken van de kennis en handvatten die mij geholpen hebben. De kennis aanreiken, de strubbelingen, de angsten, de worstelingen en de uiteindelijke successen en overwinningen. Waarom ik dat niet deed? Simpel, omdat ik zelf nog worstel met een aantal wonden uit dat verleden dus, wie ben ik om anderen dan te begeleiden? Hoe vaak kreeg ik dan niet de vraag of  de arts nooit ziek wordt en iedereen kan genezen, de seksuoloog altijd een orgasme heeft en een geweldige vrijpartij, de relatietherapeut nooit strubbelingen kent in zijn/haar relatie…
En dus besloot ik ‘ja’ te zeggen tegen de publicatie van een stuk van mijn levensverhaal:

No fucking way! Echt waar niet. Nooit ofte nimmer. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om hem dit te vergeven. Het was 2006. De dag herinner ik me niet meer, het moment is glashelder. Ik reed op de snelweg richting Amersfoort en hoorde op de radio Hurt van Christina Aguilera. Op dat moment kwam ze in me op, de gedachte: “Vergeef hem.”

Wááát! Hoe kon ik zoiets denken? Ik was vies van mezelf. WAAR KWAM DEZE GEDACHTE VERDOMME VANDAAN?!? Ik sprak mijn kinesiologe ero ver aan. Ze nodigde me uit om te onderzoeken waarom de gedachte aan me bleef kleven als de penetrante geur van een stinkdier. In gedachten maakte ik terug de reis langsheen cruciale keerpunten in mijn leven. Momenten van vallen, breken, opstaan en groeien.

2001. Het werd pikdonker. Ik ging onderuit door een relatiebreuk. Een breuk waarin ik de bevestiging zag dat ik het niet waard was om van te houden. Op dat moment voelde het anders, maar nu weet ik dat ik niet dood wilde. Ik wou alleen maar dat de pijn ophield, het lijden, de vicieuze cirkel waarin ik rondliep. Er niet meer zijn, leek op dat moment de enige manier om alles te doen stoppen. Ik werd tien maanden opgenomen in dagtherapie en kreeg een label opgeplakt. De puzzel viel op zijn plaats. Error 404-pagina’s in mijn programmatie? Onverwerkte en verdrongen trauma’s? Strategieën van mijn brein om hiermee om te gaan? Wat een opluchting – het lag niet aan mij. Maar goed, daar zat ik dan, in een ruimte met mensen die net als ik in de knoop lagen. Ik durfde het eerst niet te vertellen. Er waren zoveel ergere dingen in de wereld. Dus relativeerde ik alles, uit angst uitgelachen te worden. Terwijl ik eigenlijk wel besefte dat veel van wat er ‘fout’ liep verband hield met de gebeurtenissen uit mijn jeugd: mijn lage zelfbeeld, mijn controledrang, mijn relatie met mannen, het verwerpen van lustgevoelens, mijn drang naar goedkeuring en bevestiging, mijn afkeer voor alcohol, de leegte binnenin, …. Zeventien jaar eerder, op mijn veertiende, had ik al eens een poging gedaan om de situatie aan te kaarten bij mijn ouders. De feiten hadden zich al drie jaar niet meer voorgedaan, en mijn vader ontkende het misbruik glashard. Mijn moeder zei dat ze me geloofde, maar dat ik het eerder had moeten vertellen. Dat het nu te laat was. Ik kon niet vatten dat hij zomaar vrijuit ging. Vooral niet toen later bleek dat ik niet de enige was geweest. Dat mijn tante, die elf was toen mijn vader in het plaatje verscheen, ooit tegen haar moeder (mijn oma) had verteld wat hij bij haar had uitgespookt. En dat de reactie was: “Zeg maar niets tegen je zus, anders maak je hun huwelijk kapot.”  Mijn ouders wilde ik tijdens mijn opname niet zien. Ik was al terug aan het werk toen ik het aandurfde hen uit te nodigen voor een sessie bij de psychiater. Het gesprek was als zout in mijn wonde. Pas maanden later kwam pas het besef. Er was maar één iemand die verandering in de vastgelopen situatie kon brengen: ikzelf. Ik was jarenlang bezig geweest met wijzen naar daders en feiten, wat ze met mij gedaan hadden én deden. Plots besefte ik dat er met die feiten en daders intussen niet veel was gebeurd, maar met mij wel … Ik was verzuurd en verkild, voelde me verstikt en opgevreten door pijn, verdriet, haat en wraakzucht. Trapte telkens weer in dezelfde valkuilen, botste tegen dezelfde muren, zag relaties keer op keer stuklopen. Ik was doodongelukkig. Op dat moment werd ik me er acuut van bewust dat ik met alle negatieve gevoelens en de impact ervan op mijn leven niet verder wou. Hetzelfde gedrag blijven herhalen, maar toch een ander resultaat verwachten, is krankzinnig. Dat betekende dat ik een ander gedrag moest beginnen stellen. Het eerste waar ik na mijn ontslag uit het ziekenhuis mee aan de slag ging, was het ‘label’ dat mij opgeplakt was, want zo wou ik niet zijn! Als ik wou loslaten, moest ik ook nu weer iets veranderen. Ik besloot de gedachte om hem te vergeven dan maar met beide handen vast te pakken. Ik nam de tijd om me bewust te worden van wat me tegenhield om het proces aan te gaan. Maakte contact met het stuk dat ik liever verborgen hield: mijn wraakzucht, geboren uit mijn gevoel dat het niet eerlijk was dat hij niet ‘gestraft’ werd. Het blad niet omdraaien, was mijn straf voor hem. Tot het eindelijk tot me doordrong dat ik hiermee vooral mezelf strafte. En dat het blad omdraaien niet betekende dat ik ook de feiten van tafel veegde. De feiten bleven de feiten. Maar ik leerde inzien dat ik kon veranderen hoe ik ernaar keek, dat ik het verhaal dat ik mezelf vertelde aan de kaak kon stellen, en de verantwoordelijkheid voor het gedrag dat ik sindsdien stelde terug in handen kon nemen. Mijn focus verschoof naar hoe ik door het leven wilde gaan en wie ik wilde zijn. Getekend door een ander en omstandigheden of mezelf vorm geven? Ik koos voor het laatste. Verre van fijn, maar wat een eye-opener!  Het volstond niet om in mijn hoofd allerlei beelden en gedachten te veranderen. Ik moest ook aan de slag met wat er in mijn lijf opgestapeld zat, dus besloot ik alle opgekropte emoties op te kuisen. Ik kieperde mijn emmertje uit door te praten, te schrijven en te huilen. Drukte mezelf uit in tekeningen, kleiwerken en andere creaties, reageerde me fysiek af in sport, en kwam tot rust in de natuur. Ik probeerde de feiten en de daders in een breder perspectief te zetten. Mijn vader was niet enkel een dader, hij was ook degene die er voor me was, met me speelde, naar me luisterde en me naar school bracht. Ik nodigde hem uit om te gaan eten en over zijn leven te vertellen. Over de Joodse vrouw met wie hij trouwde om haar te redden. Het verraad van een buurvrouw dat maakte dat hij door de Gestapo uit bed werd gezet en gefolterd. Over het zusje dat stierf toen hij klein was, het vertrek van zijn vader en de verbittering van zijn moeder. Over zijn liefde voor muziek en poëzie. Het veranderde niets aan zijn daden. Maar zorgde er wél voor dat ik er ook goede daden naast kon plaatsen. Dat ik niet enkel die daden meer zag, maar ook de mens erachter. Een mens die net als ik dingen had meegemaakt. Ook met mijn moeder had ik gesprekken. Ik hoorde hoe zij haar eigen moeder op vierjarige leeftijd vertelde over de man in de straat die haar snoepjes gaf en in haar onderbroek zat. Dat ze als antwoord kreeg dat ze gewoon van hem weg moest blijven.  Weet je wat grappig is? Dat we onszelf afrekenen op onze intenties, maar anderen op hun gedrag. De intentie van mijn vader was niet om mij te misbruiken, te kwetsen of mij levenslang te tekenen. Hetzelfde geldt voor mijn moeder. Ze dacht dat haar reactie op dat moment de beste was. Ook zij had niet de intentie om mij kwaad te doen. Onvrijwillige doodslag of vrijwillige doodslag heeft tweemaal de dood tot gevolg. Net zoals in de rechtspraak koos ik ervoor om intentie toe te voegen bij het beoordelen van hun daden en de feiten. Het verhaal dat ik mezelf vertel, klinkt hierdoor anders. Trouwens, ook ik heb in mijn leven dingen gedaan en gezegd met onbedoelde effecten en resultaten. Jij niet? Wanneer ik wist dat ik er klaar voor was? Toen de lading verdween, alles neutraler werd, en er een eind kwam aan mijn kort lontje in de omgang met mijn ouders. Toen er terug warmte ontstond. Omdat ik ervoor koos. Omdat dat is hoe ik in dit leven wil staan. Met een groot hart.

2007. Op zijn verjaardag, en ook de mijne, gaf ik hem het doosje. Hij zat aan de keukentafel, ik aan de overkant. Hij was op zijn hoede omdat hij al ontelbare uitingen van pijn, haat, frustratie, machteloosheid, verdriet en woede over zich heen gekregen had. In klanken en letters, oren die niet hoorden en ogen die niet zagen. In een hart dat niet voelde. Dacht ik.
Hij nam het doosje met trillende handen aan en opende het. Een dichtgevouwen stukje papier, niet eens met de hand geschreven. Met de boodschap dat vergeten niet mogelijk was. Dat het de pijn niet kon wegnemen. Maar dat ik wel kon vergeven. En het blad kon omslaan. Ik zag hoe zijn ogen zich vulden met tranen. “Dankjewel,” zei hij meermaals. Het was te gek voor woorden, maar ik vatte zijn handen en voelde zijn pijn. De pijn van verworpenheid en onbegrip. De pijn van het besef. Waar elke cel van mijn lijf zich bij de kleinste vorm van fysiek contact met hem had gevuld met verachting en haat, waar ik deze man het liefst van al onderworpen had aan één van mijn ingebeelde wraakscènes, heerste nu een immens gevoel van – ik kan het maar moeilijk omschrijven – goedheid? Het klinkt raar, maar ik had het gevoel dat mijn hart immens groot was en alles oversteeg.

Eerder dit jaar hoorde ik acteur, schrijver en regisseur Peter De Graef in een interview op Canvas zeggen: “Ben je verantwoordelijk voor je geluk? Dat weet ik niet. Ik weet wél dat je het kunt beïnvloeden.” Van waar ik nu sta kan ik alleen maar beamen dat je invloed hebt. Dat je in het leven de keuze hebt om onder omstandigheden en gebeurtenissen gebukt te gaan of er anders mee om te leren gaan. Een manier van denken en voelen te vinden die prettiger is, leefbaarder, minder pijnlijk.  Vandaag kan ik mijn vader vast pakken en zeggen: “Ik zie u graag.” Hij antwoordt dan met: “Ik weet het. Je hebt mij vergeven wat onvergeeflijk is.”
Met tranen in zijn ogen, telkens weer.

Uit ‘Kwetsbaar Krachtig’, p.97 – uitgegeven door WonderSchrijverij.
Met dank aan Marijke Fonteyn, Birgit Krols en Lynn Formesyn om me de kracht te geven kwetsbaar te durven zijn.

Ps: dit is geen pleidooi om welke gebeurtenis in je leven ook te vergeven! Dan wel dat het mogelijk is om anders in het leven te staan.

Met hartelijke groeten,
Carine

ZEST jouw keuzes jouw leven nu
Voor meer informatie, surf naar www.uptozest.be.
Heb je een vraag, bemerking of wil je iets kwijt over dit blogbericht, mail naar carine@uptozest.be.