Maandelijks archief: september 2015

Een goede tip als je twijfelt of deze job of studie wel iets voor jou is.

Dierenliefde. Het zat er al van kleins af in. Geen twee bladzijden kun je in mijn fotoalbum omslaan of ik sta er op met een dier, bij voorkeur een hond of een paard. Mijn moeder zag het al voor zich, hoe ik dierenarts zou worden. Ik zag mezelf vooral ‘erna’. Beestjes die blij en dartelend rond me springen en baasjes met een brede glimlach. Zoveel jaren later ben ik geen dierenarts, maar de dierenliefde is gebleven. Meer nog, ik gaf ze door aan mijn dochter. Ik luister naar haar belevenissen tijdens haar stage bij een dierenarts:

Een man en een vrouw komen binnen met een kat die duidelijk overgewicht heeft. Minder voederen is het advies. Dan komt de aap uit de mouw. ‘Geen sprake van,’ roept de man ‘dan springt hij weer overal op!’
Een ander koppel komt binnen met een jonge pup. Duidelijk aan de magere kant. Wat blijkt, wanneer de pup zijn eten krijgt, schrokt hij. De heer des huizes vindt dat dat niet kan en neemt het eten weg… Dat de pup schrokt omdat hij inmiddels uitgehongerd is daar had hij niet bij stil gestaan…
Een vrouw komt binnen met een kat op leeftijd die een gezwollen buik heeft. Kanker in terminale fase. Behandelen zit er niet meer in.

Ik krijg ook leuke dingen te horen, wees gerust. Wat me in haar relaas opvalt en mijn dierenarts later ook bevestigt, is dat ze meer bezig zijn met ‘people management’, het ondersteunen en motiveren van de baasjes, dan met de dieren zelf. Als dierenarts weet je maar best hoe je onderhandelt en bemiddelt, is het aangeraden een goede dosis zelfbeheersing te ontwikkelen en te leren hoe je communiceert met impact. De mijne heeft het allemaal. De jouwe ook? Want wat zeg je tegen iemand waarvan de kat geen kat mag zijn? Tegen de persoon die klaagt dat zijn hond blaft? Het baasje dat taartjes met slagroom voedert aan zijn viervoeter omdat ie anders zo droef kijkt als ze aan tafel zitten,…? Hoe zeg je dat er zoiets als opvoeden bestaat, dat dieren geen dingen zijn maar wezens met noden en een eigen ‘taal’, dat veel van de problemen geen problemen zijn maar normaal gedrag, en in het andere geval onze eigen onwetendheid vaak aan de basis ervan ligt,… zonder deze goed bedoelende mensen tegen de borst te stuiten? Want dan komen ze niet meer. Dan kun je het dier niet meer helpen, niet meer opvolgen. Hoe ga je om met situaties die indruisen tegen je eigen waarden? Hoe zet je je verdriet opzij bij het afscheid van de kat die je als kitten gekend hebt?
Mijn punt? Dat het beeld dat we hebben van een functie of beroep vaak onvolledig is. Vertroebeld door de filter van wat ons wel en niet aanspreekt, wat we leuk en niet leuk vinden. Vertekend door externe factoren. Hoe vaak zie je op televisie een kotsende hond in de praktijk aankomen, een kat waarvan de achterhand opgevreten is door wormen? Ook dit is de realiteit van de dierenarts, toch wordt ze niet in beeld gebracht.

In een loopbaantraject raad ik aan om te gaan praten met mensen die in het vak staan. Je kan zelfs vragen om één of meerdere dagen mee te lopen. Je zal versteld staan hoe graag mensen vertellen waar ze meer bezig zijn, bereid zijn je te helpen. Beperk jezelf niet tot één persoon. Praat met meerdere. De ene dierenarts is de andere niet. Ook als mens is er een verscheidenheid. Wat de ene een uitdaging vindt, kan de ander als een onprettige karwei ervaren. Het maakt je beeld over het vak of de functie rijker, breder en dieper. Dat heb ik ook gedaan toen ik als coach en trainer aan de slag wou gaan. Er is altijd wel iemand in je netwerk of iemand die via via iemand kent of kan doorverwijzen. Eén contact voldoet want deze persoon zal je naar (con)collega’s kunnen doorverwijzen. Vooraleer je in gesprek gaat, schrijf je op hoe je zelf naar deze functie/job/beroep kijkt. Wat zie je deze mensen doen? Hoe voelt deze job? Welke gesprekken hoor je? Wat is leuk, minder leuk,… Na alle gesprekken vergelijk je dit met jouw beeld. Zat je er pal op of was je toch verrast?

Dierenarts ben ik niet geworden, toch heb ik veel van de dieren geleerd. Van hen én over hen. In de eerste plaats over liefde. Dierenliefde. Die nooit zal roesten.

Met hartelijke groeten,
Carine

Ps: ken je deze nog? www.youtube.com/watch?v=3Lwnr4cem08

ZEST prikkelt en ontwikkelt de smaakpapillen voor meer werkgoesting en meer levensgeluk.
Voor meer informatie, surf naar www.uptozest.be.
Heb je een vraag, bemerking of wil je iets kwijt over dit blogbericht, mail naar carine@uptozest.be.

De eerste stap om te leren houden van jezelf.

Even geleden was het zover. Dan waren we jarig. We, dat zijn mijn dochter, mijn vader en ikzelf. Deze verjaardag vond ik best bijzonder. Onze leeftijden werden niet enkel veelvouden van elkaar, mijn dochter heeft nu dezelfde leeftijd waarop ik mama werd en ikzelf heb nu precies hetzelfde aantal jaren op de teller waarop mijn vader me welkom heette, exact op de dag van zijn verjaardag.

Jarig zijn. Het doet je wel wat. Toen ik een kennis feliciteerde, zei die dat het toch even slikken was. Dat er elk jaar een soort van ‘wen’fase nodig is. Die start een paar weken voor haar verjaardag en loopt door tot een paar weken na haar verjaardag. Eén van mijn vrienden overloopt bij zijn verjaardag het afgelopen jaar, maakt er een moment van zelfreflectie van. Een paar andere vrienden zien verjaardagen als een extra opportuniteit om te feesten. Eén van hen neemt zelf steevast die dag vakantie en legt zichzelf helemaal in de watten die dag. Geweldig vind ik dat. Verjaardaghaters ken ik ook. Ook zij nam vakantie op haar verjaardag, maar niet om zichzelf te verwennen. Neen, om alle aandacht te mijden. Ze wou niet gefeliciteerd worden, ze wou geen geschenken krijgen, ze wou niet gekust worden, ze wou niet aangesproken worden. Ze wist wel beter. Mensen gedragen zich zo omdat dat zo hoort op verjaardagen en ze wou niet met deze hypocrisie geconfronteerd worden. Ze wou het hen besparen, van te moeten doen alsof. Ze keek daar los doorheen. Ze wist het wel. Dat ze niet leuk is. Dat ze geen gevoel voor humor heeft. Dat ze geen fijn gezelschap is. Dat ze niet goed genoeg is. Dat ze dom is. Dat ze er niet uitziet. Dat ze niet interessant is. Ze kon het in hun ogen zien. Ze zag het zelf ook, elke ochtend in de spiegel.

Jezelf graag zien, hoe moeilijk kan het zijn? Toch worstelen heel veel mensen er mee. Sommigen zijn er zich bewust van, anderen niet. Dan zie je niet dat het aan de basis zou kunnen liggen van je uitstelgedrag. Of je faalangst. Je nood aan herkenning. Je neiging om conflicten te vermijden. Het moeite hebben met feedback. Je leeg voelen. Op elke hype springen om erbij te horen. Je ontgoocheling als er bij die ene post op facebook minder likes komen. Je elke keer mooier en beter moet doen dan de vorige keer. Je altijd zorgt voor anderen en je schuldig voelt als je dat niet doet. De stemmetjes die je vertellen dat je niets kunt en niets betekent, de stemmetjes in je hoofd die je steeds vergelijken met anderen en hoeveel beter die anderen zijn. Uiteraard is er niets mis met zelfreflectie als het je vooruit helpt, maar wat als het je de grond in boort en je ongelukkig maakt?

Van jezelf houden – of dien ik te zeggen opnieuw van jezelf houden, zoals je bent – begint soms eenvoudigweg bij ‘ik mag van mezelf houden’. Om te vervolgen met ‘ik hou van mij’.

Jarig zijn, het is me wat!

Met hartelijke groeten,
Carine

Ps: soms is ‘mogen’ een te grote stap om alleen te nemen. Als dat zo is, weet dat ik jou hierbij kan helpen.

ZEST prikkelt en ontwikkelt de smaakpapillen voor meer werkgoesting en meer levensgeluk.
Voor meer informatie, surf naar www.uptozest.be.
Heb je een vraag, bemerking of wil je iets kwijt over dit blogbericht, mail naar carine@uptozest.be.